Stadsconferentie armoede op 4 november Gepost november 4, 2015 door Redactie

Uit

Op 4 november 2015 organiseerden de gemeente Gouda en de Voedselbank Gouda en omstreken een stadsconferentie over armoede. Armoede is eigenlijk geen geschikte term, omdat die mensen een stempel geeft. En dat terwijl het iedereen kan overkomen tijdelijk wat minder geld te hebben. Oorzaken zijn zeer divers: van psychische problemen tot een echtscheiding en van ontslag tot financiële beslissingen die verkeerd uitpakken.

Dagvoorzitter Marcel van den Tooren opende de conferentie met een citaat van theoloog, filosoof en rabbijn Jonathan Sacks: “Niets is moeilijker te verdragen dan armoede, want iemand die onder armoede gebukt gaat, is als iemand bij wie alle problemen van de wereld zijn samengekomen en op wie alle oud-testamentische vervloekingen zijn neergedaald. Als alle andere moeilijkheden op de éne schaal zouden worden geplaatst en armoede op de andere, zou de armoede tegen de hele rest opwegen.”

Vervolgens was het woord aan wethouder Rogier Tetteroo (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Hij startte met een citaat van Simon Carmiggelt: ‘Geld maakt niet gelukkig. Dat heeft het met armoede gemeen.’ Hij gaf aan dat we met zijn allen armoede moeten bestrijden: organisaties, onderwijs, bedrijven, professionals en vrijwilligers. “De centrale vraag bij onze inspanningen is: Hoe kunnen we onze inspanningen meer effect geven, de mensen die het nodig hebben beter bereiken en het effect van onze schuldhulpverlening verbeteren en verduurzamen? We willen kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen voldoende middelen van bestaan hebben of voldoende grip hebben op hun geld, zodat ze kunnen blijven meedoen in onze samenleving. Die vraag willen we niet alléén beantwoorden, maar samen met diegenen die bijna iedere dag te maken hebben met mensen in armoede, of over armoedebestrijding een mening hebben.” Na de stadsconferentie worden er twee werkgroepen opgericht: één die zich richt op (preventie van) schulden en één die zich richt op verstrekken en meedoen. Aanmelden voor een werkgroep kan via secretariaat.dmo@gouda.nl.

Dries Nagtegaal, voorzitter van de Voedselbank Gouda en omstreken, ging in op de opdracht die de samenleving aan de Voedselbanken mag geven. “Het is een vorm van essentiële beschaving dat ieder gezin een goede maaltijd kan hebben. Tegelijkertijd is het onze opdracht om voedselverspilling tegen te gaan. We leggen de verbinding tussen vraag en aanbod. Dat doen we op een onafhankelijke manier met dank aan heel veel sponsoren en met alléén vrijwilligers. Die vrijwilligers zorgen niet alleen voor de pakketten, maar maken ook een praatje en geven af en toe een schouderklopje. Belangrijk daarbij is samenwerking. We moeten de mens die we helpen centraal stellen en niet onze eigen organisaties. Als inspiratie verwijs ik naar een uitspraak uit de joodse filosofie: als je één mens helpt, help je de hele wereld.”

Het Sociaal Team ziet dagelijks mensen met materiële problemen. Zes medewerkers namen de deelnemers mee in de aanpak en de knelpunten. Zo’n 67 procent van de cliënten van het Sociaal Team heeft financiële problemen. Vaak is dat de aanleiding voor mensen om naar het Sociaal Team te gaan. Sociale armoede is vaak een gevolg van financiële armoede. Sociaal werker Marc Paul van Buren: “Werk kan helpen, niet alleen omdat je dan meer geld hebt, maar ook omdat je dan een daginvulling hebt èn meedoet. Tegelijkertijd lost werk niet alles op; mensen komen vaak bij ons met complexe problemen, bijvoorbeeld op het gebied van hun gezondheid. Als je bijvoorbeeld te veel aan je hoofd hebt, hoe moet je dan zorgen dat je al je papieren op orde hebt? Inzet van het Sociaal Team is om te kijken naar de mogelijkheden, de kracht van mensen. En naar hun netwerk. Nietsdoen is geen optie; we moeten blijven zoeken naar vernieuwende oplossingen.” Sociaal raadsvrouw Zeliha Yerlikaya noemde als voorbeeld de Belastingdienst. “Veel mensen vergeten wijzigingen door te geven (‘De Belastingdienst weet toch alles al van me?’). Het zou mooi zijn als daar iets aan gedaan kan worden, bijvoorbeeld door mensen bewust te maken van wat ze moeten doen. Of als ze meer weten over de regelingen die er zijn; het is vaak te ingewikkeld voor mensen. Houd rekening met het ‘snapvermogen’ van mensen. Er zijn niet-kunners en niet-willers, maar vaak worden de niet-kunners gezien als niet-willers.”

Bekijk ook dit filmpje over armoede: https://www.youtube.com/watch?v=oboZ-6yMPL4.

Joyce Schoon, diaconaal consulent in dienst van de protestantse kerken in Gouda, heeft met allerlei mensen gewerkt aan de gids ‘Voor hetzelfde geld’ met tips voor mensen die rond moeten komen van weinig geld. En niet alleen voor hen: “Als we met zijn allen op een andere manier met geld omgaan, bijvoorbeeld door wat vaker iets bij de kringloopwinkel te kopen, is dat beter voor het milieu en wordt de schaamte minder bij mensen die al dan niet tijdelijk te kampen hebben met armoede.” De gids is vanaf december 2015 te vinden op http://www.diaconiegouda.nl. Op http://www.zogmh.nl staat een ‘straatkaart’ met informatie over bijvoorbeeld inloophuizen en hulp.

Menno Fenger, associate professor Erasmus University, ging in op hoe armoede voorkomen kan worden. “Schuld kan iedereen overkomen, maar het overkomt niet iedereen. Dat is het probleem. Als we snappen hoe dat komt, kunnen we mensen in armoede beter helpen. Er zijn factoren waar we invloed op kunnen uitoefenen. Daarbij helpt wetenschappelijk onderzoek. Er is heel veel wetenschappelijke kennis over hoe mensen zich gedragen en hoe het komt dat ze zich zo gedragen. Toch is er weinig beleid dat daar rekening mee houdt. We gaan er bijvoorbeeld vanuit dat mensen een folder over het lenen van geld goed lezen, terwijl uit onderzoek blijkt dat ons brein niet zo werkt. Mensen overschatten zichzelf van nature en leren niet van hun fouten: ‘ik heb nu even weinig geld, maar ik kan wel even wat lenen en volgende maand krijg ik weer geld binnen’. Daarnaast nemen mensen onder druk van schaarste impulsieve beslissingen. Helaas is er geen standaard aanpak die voor iedereen werkt. Er zijn drie partijen die iets kunnen doen: de schuldeiser, de professional en de politiek. De schuldeiser zou zichzelf de vraag moeten stellen: ‘Heb ik alles in het werk gesteld om de klant tegen zichzelf te beschermen?’ De professional zou begrip moeten hebben voor het gedrag van cliënten en op een slimme manier daarmee om moeten gaan. Overleg daarover: wat zou werken? Wie kan deze cliënt het beste helpen? De politiek zou moeten leren om gedrag te begrijpen. Richt je niet op hoe mensen zich zouden moeten gedragen, maar hoe ze zich écht gedragen. Zoek de interventies die werken en begin daar vroeg mee.”
Onderzoeken zijn te vinden op www.eur.nl (zoek op Menno Fenger).

Onder leiding van Mirjam van Eschoten (Swanenburghshofje/ Schuldhulpmaatje) en Rob de Bruijn (projectleider Westerbeek COD) is verkend wat er in Gouda is op het gebied van schuldhulpverlening en preventie. Rob de Bruijn gaf aan dat er vaak goed gekeken wordt hoe we mensen het beste kunnen helpen en dat dat zijn vruchten afwerpt. De vraag is waar we in willen investeren. De deelnemers hebben hun ideeën op ansichtkaarten aan wethouder Tetteroo geschreven, bijvoorbeeld:

  • Zorg voor een nog lagere drempel naar de schuldhulpverlening
  • Maak bekend welke regelingen en mogelijkheden er zijn
  • Zorg dat mensen goed geholpen worden; als iemand niet tot je doelgroep behoort, verwijs dan door
  • Geef voorlichting op scholen
  • Vraag de doelgroep zelf waar behoefte aan is

Onder leiding van de Goudse sociaal makelaar Berthie Melissen werd ingegaan op de regelingen en faciliteiten in Gouda. Zijn deze afdoende om te zorgen dat iedereen zich kan ontplooien
en dat kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen. Wat moet blijven, wat kan beter en wat moet erbij? Bijvoorbeeld: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedere Goudse inwoner mee kan doen, ongeacht of je nu wel of geen geld hiervoor hebt. Een van de deelnemers gaf aan dat Gouda één pas zou moeten hebben waarop automatisch de regelingen staan die voor jou van toepassing zijn. Dat voorkomt dat je voor iedere regeling een apart formulier moet invullen. En om te voorkomen dat je een stigma krijgt als je die pas hebt zou iedere Gouwenaar een pas moeten hebben met bijvoorbeeld kortingen. Een ander idee is om een centraal loket te maken voor mensen die problemen of vragen hebben. Een van de deelnemers gaf aan dat de gemeente een potje zou moeten hebben om mensen even verder te helpen. Vaak is er een vicieuze cirkel: als je het een niet kunt betalen, kun je het andere niet oplossen; die cirkel moet doorbroken worden. Een weggeefwinkel zou een mooie aanvulling zijn op de bestaande voorzieningen als de Kringloopwinkel en de Non-foodbank. Belangrijk is dat zo’n voorziening bekend is; je hoort vaak dat mensen hun spullen weggooien of naar de Kringloopwinkel brengen terwijl ze het liever weg hadden willen geven aan mensen die het echt nodig hebben.

Conferentie - netwerken